Kunst als laboratorium voor de toekomst

Kunst als laboratorium voor de toekomst

Kunst als laboratorium voor de toekomst

An essay by Paulien Dresscher

"Governments of the Industrial World, you weary giants of flesh and steel, I come from Cyberspace, the new home of Mind. On behalf of the future, I ask you of the past to leave us alone. You are not welcome among us. You have no sovereignty where we gather." Dit was hoe Perry Barlow in 1996 in zijn Declaration of the Independence of Cyberspace de wereld toesprak in een emotionele oproep om het toenmalige Internet, ook wel Cyberspace genoemd, een vrijplaats te laten zijn, los van inmenging van politiek of marktwerking. Ooit begonnen als een netwerk van academische computers in de jaren 60, werd het Internet in de jaren 90 breder verspreid en raakte de term Cyberspace, door William Gibson gemunt in het verhaal Burning Chrome, in zwang. De term verwees naar het Internet als een plek afgesneden van het fysieke hier en nu. Je kon experimenteren met je identiteit, ras en sekse, materie ging op in het virtuele en atomen werden bits. Het was een plek waar je vrij kon zijn, ongeacht wie je was in de 'echte' wereld. Met deze utopistische en libertijnse gedachte werd het Internet gezien als een 'home for the mind', waarbij niet het achterliggend technisch systeem centraal stond, maar vooral de verbeelding en het menselijk verlangen naar autonomie en zelfverwezenlijking. Inmiddels weten we dat het anders gelopen is met dat Internet, en ook Barlow zelf gaf in 2004 toe wel wat optimistisch te zijn geweest: we zijn allemaal "ouder en wijzer zijn geworden". Het huidige Internet is allesbehalve een onafhankelijke vrijplaats voor de geest geworden, maar eerder een aandacht-markt en commerciële uitdragerij van vanalles en nog wat waar ontransparante zakelijke belangen, toe-eigening en politieke steekpartijen- in de coulissen of voor het voetlicht- aan de orde van de dag zijn. Daarbij is het binnen het spel van design, algoritmes en protocollen nog maar de vraag in hoeverre wij vrij zijn onze eigen keuzes te maken.



Als graadmeter van een tijdperk vraagt MU zich af wat het betekent om mens te zijn in deze online tijden en onderzoekt de invloed die het Internet heeft. Online en offline, digitaal en fysiek, zijn volledig en onomkeerbaar verknoopt en door de verschijningsvormen te bevragen, kantelt ons inzicht, wordt betekenis doorgrond en worden effecten bijkans ondermijnd. Kunst als tegengas.


Wat is dan het verschil tussen de echte wereld en het Internet, tussen de ruimtelijke wereld en die van het scherm anno 2017? Deze vraag is wellicht niet zo eenduidig te beantwoorden als op het eerste gezicht lijkt, zo zien we in het werk van Jip de Beer. De kunstenaar vertaalt door middel van een geautomatiseerd systeem schijnbaar platte websites naar driedimensionale architectonische modellen. Deze zijn digitaal, om doorheen te lopen met een avatar en een gamecontroller maar ook als 3D print in goud: de rigide architectuur wordt tastbaar en verlaat daarbij de wereld van het zogenaamde virtuele. Voor De Beer zelf is deze manier van werken niet slechts een spel van 2D naar 3D, maar ook een vorm van verzet tegen de afhankelijkheid van technologie en de dominante invloed van grote online spelers die hij ervaart. Door het binnen zijn eigen wereld een nieuwe plek te geven in een nieuwe vorm, eigent hij het zich toe. Het Internet wordt letterlijk het scherm uitgetrokken om er vervolgens een nieuwe relatie mee te kunnen opbouwen.

Clement Valla richt zich ook op de relatie tussen 2D en 3D die het Internet met zich meebrengt maar dan vanuit het standpunt van fotografie in serie. In zijn ogen is dit, in combinatie met sociale media, big data en een cultuur van surveillance de dominante vorm van communicatie, zeker sinds de opkomst van Instagram en Snapchat. Geïnspireerd op de lijkwade van Turijn verkent hij deze verhouding tussen 2-dimensionale beelden en ruimtelijke vorm: door crowd-sourced opnames van stillevens, gemaakt met fotogrammetrie programma's zoals het gratis Autodesk 123 Catch terug te plaatsen op ruimtelijke objecten, wordt er een nieuwe werkelijkheid gebouwd waarbij er verwarring ontstaat over het onderscheid tussen het object en het platte beeld. In zijn eerder werk Postcards from Google Earth, ook onderdeel van deze expositie, vinden we vervreemdende beelden van Google Earth, waarbij de herkenbare wereld zoals gefotografeerd vanuit de lucht vervormd is.


Op het eerste gezicht, lijken we hier te maken te hebben met glitches, met storingen in het softwarematig systeem. Maar, aldus Valla, bij nadere inspectie is het eigenlijk nog interessanter: de beelden zijn geen glitches maar zijn logische consequenties van het systeem. De platte luchtfoto’s die de Google-satellieten gemaakt hebben van het oppervlak van onze wereldbol weten zich hier en daar geen raad met de 3-dimensionale dieptegegevens van de aardbol, en vouwen zich hier omheen als een wikkel om een sinaasappel. Dit levert fascinerende beelden op van klapperende bruggen en freewheelende snelwegen die tegelijkertijd onwerkelijk en toch vertrouwd zijn. Het zijn geen fouten, maar eerder afwijkingen binnen het systeem. 

Deze vervreemdende momenten binnen Google Earth doen ook nog iets anders. Ze richten onze aandacht op de achterliggende software en onthullen daarbij dit nieuwe model van representatie. En dan niet als een serie foto’s, maar als een geautomatiseerde data-collectie opgebouwd vanuit verschillende elementen. Zoals Valla het zelf verwoord: “Google Earth is a database disguised as a photographic representation”. Onze aandacht wordt door de kunstenaar nu op dat proces zelf gericht, het netwerk van algoritmes, computers, kaarten en geautomatiseerde camera’s, in plaats van alleen op de beeldende uitkomst.

Naast dit soort reflecties over technologie, vorm en representatie, kunnen we ook meer ethische vragen stellen over het al dan niet vrijwillig gebruik van het Internet en online diensten. Wat geven we eigenlijk op, als we meer en meer verknoopt raken met het Internet, en wat krijgen we ervoor in de plaats? Volgens techniekfilosoof Peter Paul Verbeek gaat het er niet over om een bepaalde technologie of ontwikkeling te weigeren of omarmen, maar eerder om het te bevragen, om op die manier nieuwe ontwikkelingen beter te begeleiden en te zorgen dat er een vorm van controle en impact kan ontstaan. Technologie vormt ons tenslotte tot wie wij zijn. Dit is ook een onderwerp dat we tegenkomen bij het werk van Lauren McCarthy, getiteld LAUREN, een tweeledige performance waar zowel kunstenaar als toeschouwer actief onderdeel van uitmaken.

LAUREN is een vlees-en-bloed variant van de Siri's en Alexa's van deze wereld. Op verzoek zal de kunstenaar een aantal kant en klare slimme voorwerpen in je huis aanbrengen, waardoor ze je op afstand kan controleren en observeren maar ook contact met je kan houden. Als een levende spraakassistent en zoekmachine zal LAUREN gevraagd - maar ook ongevraagd - dingen voor je doen en zich aanpassen aan jouw verlangens en behoeftes.



Door een oorspronkelijk geautomatiseerd systeem te vertalen naar een mens van vlees en bloed worden er bepaalde facetten duidelijker zichtbaar, en daardoor ook gevoeliger: waarom laat je iemand meekijken in je dagelijks leven? Waar ligt de grens tussen wat (te) privé is en wat niet? Wat doet LAUREN met de verkregen informatie? McCarthy geeft met dit werk geen oordeel, ze creëert slechts een situatie waarbij deze vragen vanzelf aan de orde komen. Het begint al bij het openen van de projectpagina van LAUREN op www.get-lauren.com, waarbij je ogenblikkelijk gevraagd wordt of je toestemming geeft om je webcam te gebruiken. Ja? Nee? Kies je ja, dan zal elke volgende keer dat je de pagina bezoekt, direct je camera aanspringen. LAUREN roept vragen op, nodigt uit tot onderzoek, zonder direct een antwoord te dicteren. En dat overigens op een bijzonder niet-geautomatiseerde manier - wat ook weer aardig aansluit bij een andere tijdgeest die we kunnen waarnemen, namelijk die van de persoonlijke ervaring. Weg van de massa en het geautomatiseerde, en richting het persoonlijke en het specifieke.



Ook Jeroen van Loon bevraagt het Internet, maar dan weer heel anders want hij zet vraagtekens bij het gebruik in het algemeen. Met zijn werk Life Needs Internet wil hij onze beleving van het Internet documenteren door middel van een verzameling handgeschreven brieven vanuit de hele wereld: uit Brazilië, China, Frankrijk, India, Ghana en West-Papua zijn verhalen te lezen, en als je wilt, kun je zelf ook een brief toevoegen op www.lifeneedsinternet.com. Het werk is in feite een dubbel-document. Van Loon laat aan de ene kant diverse tijdsbeelden zien afkomstig uit verschillende werelddelen. Aan de andere kant zet hij het handgeschreven schrift tegenover het digitale schrift. De verhalen zijn persoonlijk en open, en geven enerzijds een beeld van een individu met haar of zijn verwachtingen, zorgen en dromen, maar tegelijkertijd ook van de economische, sociale en politieke aspecten van de omringende maatschappij in een bepaalde tijd.

Tegelijkertijd, en in weerwil van dit digitaal archief, onderzoekt Van Loon met zijn andere werk juist het tegenovergestelde: Wat zou het Internet zijn zonder zijn archief-functie, als haar data slechts tijdelijk toegankelijk zou zijn?



In de ogen van Van Loon is het Internet zoals wij dat vandaag de dag kennen, slechts een eerste versie en zullen er nog vele andere gedaantes volgen. Ingegeven door een bij hemzelf en leeftijdsgenoten waargenomen behoefte om te ontsnappen aan de dwingende kracht van het digitaal geheugen, gaat hij op zoek naar hoe het anders zou kunnen. Met zijn werk An Internet schetst hij het idee hoe we anders zouden kunnen omgaan met data en communicatie. Hij visualiseert een Internet zonder geheugen en waar “het recht om vergeten te worden” geen probleem meer is. Een Internet waarbij data alleen bestaat in het nu, waarbij het momentum weer de hoofdrol speelt. Data verdampt hier waar je bijstaat: wat zou het betekenen voor onze communicatie als alles wat online gebeurt, opgaat in rook zodra het bestaat? Wat voor rol zou het Internet dan gaan spelen?

Een andere lijn die we kunnen ontdekken in de huidige internetreflecties van kunstenaars is die van het Internet als marktplaats. Joshua Citarella en Brad Troemel hebben het Ultra Violet Production House (UV) opgericht, een online winkel met hypothetische kunstwerken die nog nooit door iemand gezien zijn in hun uiteindelijke vorm. Ooit begonnen als Etsy store verkoopt UV via de eigen website zelfbouwpakketten van kant en klare materialen. De werken die te koop staan, zijn geadverteerd als gefotoshopte composities van materiaal uit online reclamefolders van stock bedrijven. Kopers kunnen een zelfbouwkit bestellen, waarbij alle onderdelen, gereedschappen en een handleiding toegestuurd worden, als ook een certificaat van echtheid. De koper kan het werk vervolgens zelf in elkaar zetten, maar kan ook alles ongeopend in de doos laten zitten en het werk in ‘mint condition’ bewaren.


Bij UV komen een aantal concepten samen. Ten eerste is het een onderzoek naar nieuwe verdienmodellen in de kunstwereld: hoe kun je als kunstenaar zonder hoge kosten, dure werkruimtes en voorinvesteringen zoals voorraden en opslag toch kunst maken en verkopen? De kunstenaars hoeven hun ideeën, die als vorm van post-lens fotografie volledig via digitale middelen gevisualiseerd worden, slechts online te zetten en komen verder pas in actie als er een bestelling is van een koper.

Daarnaast roept het werk de Do-it-Yourself-mentaliteit in herinnering van The Whole Earth Catalogue, een voorloper van het Internet die door Steve Jobs Google in paperbackvorm werd genoemd. Het idealistische magazine, voor het eerst gepubliceerd in 1968, stond bomvol handige tools en tips bedoeld om de zelfredzaamheid te faciliteren van de hippie counterculture in Californië. Volgens Citarella en Troemel verwijst hun UV ook naar dit soort autonome communes die voortkwamen uit de hippiebeweging met enerzijds de ‘preppers’, mensen die zich klaarmaken voor Armageddon of een andersoortige wereldramp, en anderzijds de wereldverbeteraars. Volgens de kunstenaars hebben deze groepen veel meer gemeenschappelijk dan vaak gedacht wordt. Dit komt tot uitdrukking in bijvoorbeeld Incense Fence, een werk dat kant en klaar besteld is door MU en dan ook geïnstalleerd is door de kunstenaars zelf. Hierbij staat de wierook voor de wereld van de hippies en het hek voor de bezittende klasse van veeboeren en landeigenaren. Door zo’n onwaarschijnlijke combinatie van materialen in harmonie te brengen worden deze twee werelden met elkaar verbonden, zoals eigenlijk ook met het gedachtengoed van de jaren 60 gebeurde: de flowerpower idealen vermengen zich met het grootkapitaal wat geresulteerd heeft in bedrijven als Facebook, Uber en Airbnb.

Ultra Violet Production House gaat ook over het vermeende ‘long-tail’ effect van het Internet, waarbij zoekmachines zorgen voor een groot niche-bereik van een versplinterde markt en weinig verkocht wordt van veel. Zoals Chris Anderson claimt: de toekomst van commercie en cultuur ligt niet bij de hits, het grote volume aan de kop van een traditionele curve, maar bij wat vroeger beschouwd werd als de missers – de eindeloos lange staart van diezelfde curve. Tegelijkertijd zien we echter hoe de macht van grote volumes van toepassing blijft op sociale media en het economisch systeem achter het aantal volgers, vrienden en likes die iemand kan verzamelen. De zuigende werking van dit soort beloningssystemen is zo sterk dat ook Silicon Valley insiders zo langzamerhand kritische geluiden laten horen, zoals te lezen is in een recent artikel in The Guardian over smartphone dystopia en het verdwijnen van de vrije wil: “If Apple, Facebook, Google, Twitter, Instagram and Snapchat are gradually chipping away at our ability to control our own minds, could there come a point, I ask, at which democracy no longer functions?”

Dat de achterliggende systemen rondom aandacht en likes big business zijn, mag duidelijk zijn, maar is ook iets waar het individu niet zo veel aan kan veranderen. Maar, het systeem valt wel te saboteren en daarbij op humoristische wijze te becommentariëren zoals Dries Depoorter ons laat zien: bij zijn verkoopautomaat maak je kans op een kraslot met maar liefst 25.000 Twitter- of Instagramvolgers waardoor je instant-fame hebt zonder daar verder iets voor te hoeven doen. Deze vorm van vrolijke inflatie relativeert de waarde van dit soort systemen en geeft een knipoog naar de macht, de mechanismes en de massa’s.



MU positioneert kunst als een laboratorium voor de toekomst, maar ook als spiegel van de samenleving, als criticaster, en als haarscherpe voyeur van het al dan niet gedwongen huwelijk tussen mens en machine. De bijeengebrachte werken bespelen dit spectrum in de volle breedte, speels, met humor, soms ongrijpbaar of met een scherp randje. Of de wereld zich uiteindelijk zal weten te ontworstelen aan de hegemonie van bedrijven als Google, Apple, Netflix, Facebook en Amazon, of dat een totaal gedecentraliseerde versie van het Internet met de burger aan de macht, bitcoins in de zak en blockchain-theorie in het vakkenpakket onze toekomst wordt, moeten we afwachten. Maar kritisch blijven reflecteren op dit proces en ons regelmatig afvragen wat we eigenlijk zouden willen en hoe het eventueel ook anders zou kunnen, is van levensbelang. Technologie is niet per definitie goed of fout, technologie is. En wat we daarvan vinden, daar kun je ook in die Netflix-kamer die je via Airbnb kunt boeken in je badjas nog eens goed over nadenken.


Verwijzingen
John Perry Barlow, ‘A Declaration of the Independence of Cyberspace’, Electronic Frontier Foundation, 8 februari 1996, www.eff.org/cyberspace-independence

 Marcel aan de Brugh, ‘Wij hebben geen klauwen en dus hebben we ’n iPhone’, NRC, 6 oktober 2017, www.nrc.nl/nieuws/2017/10/06/wij-hebben-geen-klauwen-en-dus-hebben-we-n-iphone-13362323-a1576272

‘Ultra Violet Production House by Brad Troemel & Joshua Citarella’, O Fluxo, januari 2016, www.ofluxo.net/ultra-violet-production-house-a-peculiar-etsy-store-by-brad-troemel-joshua-citarella/

Fred Turner, ‘From Counterculture to Cyberculture: Stewart Brand, the Whole Earth Network, and the Rise of Digital Utopianism’, University of Chicago Press, 2006

Chris Anderson, The Long Tail, http://thelongtail.com/about.html

Paul Lewis, 'Our minds can be hijacked': the tech insiders who fear a smartphone dystopia, The Guardian, 6 oktober 2017, https://www.theguardian.com/technology/2017/oct/05/smartphone-addiction-silicon-valley-dystopia